Hoe lopen we dat
We knippen de afstand in stukken
De
run is een non-stop estafetteloop voor acht lopers over circa 520 kilometer.
Dat betekent dat iedere loper binnen 2x24 uur bijna 70 km loopt. Elk team gebruikt
hiervoor een eigen strategie. In onze strategie knippen we de afstand
in circa 12 etappes. Die etappes zijn ongeveer 48 km lang.
In
een etappe
lopen vier van de acht lopers. Per persoon lopen zij zo 12 kilometer,
maar ook die afstand knippen we in stukken: De lopers nemen
steeds 2 km voor hun rekening en dragen daarna het stokje over.
Halverwege
de etappe dragen de eerste twee lopers het stokje over aan het andere
koppel in de bus. Dan is er voor de eerste twee even pauze, maar dan
wel in de bus die de lopers volgt. De persoonlijke verzorging, eten of
massage, komt pas aan het eind van de etappe, alwaar de rest van het
team klaar staat voor een complete wissel.
We lopen stevig door, ruim 11 tot 13 km/u
Dat
is twee kilometer in circa 10 minuten. Daarna heeft een loper
ook bijna 10 minuten om op adem te komen en gereed te staan bij de
volgende
wissel. Een volgbus rijdt de loper naar dat wisselpunt. In die bus zit
het andere koppel. In geval van nood kan dat koppel bijspringen, maar
anders heeft dat koppel pauze en hoeft pas na twee uur aan de bak.
Naast
de lopers zitten in de bus een chauffeur en kaartlezer en gaat er een
extra begeleider mee voor de veiligheid, communicatie en strategie. Op
straat heeft de loper twee begeleiders op de fiets. Die wijzen de weg
en moeten ook in het donker voor de veiligheid zorgen. De
vijf begeleiders wisselen in overleg elkaar af. Ze houden contact met
de rest van het team bij de andere bussen. We gebruiken in totaal
vier bussen. Door geregeld contact weten de teamgenoten wanneer ze
waar klaar moeten staan. Ook voor de onvoorziene omstandigheden is
telefonisch contact heel belangrijk. Het kan nodig zijn om de planning
aan te passen, bijvoorbeeld door het tempo te drukken als er
uitvallers of blessures zijn. Zelfs onder 'normale' omstandigheden is
dat niet denkbeeldig.We nemen tussendoor tijd voor verzorging
Als
de ene helft van de lopers vol in de wedstrijd zit, dan neemt de andere
helft tijd voor verzorging. Bij elkaar krijgen zij zo'n drie uur voor
eten, masseren en soms een klein tukje. Ook de begeleiders moeten tijd
nemen voor verzorging en rust. De twee masseurs en de begeleiders en verzorgers zitten bijna niet stil. Zij
zorgen ervoor dat de benen niet verzuren, dat het eten op tafel staat
en dat de ploeg weer klaar staat bij de volgende etappeplaats.